Klik hier als u het zelfonderzoek naar knieklachten wilt doen.

Diagnose

Ziekte van Osgood-Schlatter

Advies

De ziekte van Osgood Schlatter is een aseptische botnecrose van de tuberositas tibiae.
De tuberositas tibiae is de knobbel voor op het scheenbeen vlak onder de knie.
Een aseptische botnecrose is een aandoening die in meerdere botten kan voorkomen, in dit geval dus in te tuberositas tibiae.
Het ontstaat meestal bij kinderen of jong volwassenen tijdens een bepaalde fase in de groei. De groei van het bot gaat sneller dan de groei van de bijbehorende bloedvaten, spieren en pezen. Hierdoor ontstaat bij een overbelasting een zuurstoftekort in het bot, waardoor er allerlei kleine breukjes in het bot ontstaan met als gevolg pijn en zwelling. Bij herstel kan er extra botgroei ontstaan waardoor er een verdikking te zien is. Het geneest vanzelf na verloop van tijd.
De ziekte van Osgood Schlatter treedt meestal op tussen de 14 en 16 jaar en duurt dan ongeveer 2 jaar. Overbelasting door sport moet vermeden worden, normaal lopen en fietsen mag wel.

De pijn ontstaat geleidelijk. Bij springen, hurken, hardlopen, fietsen, traplopen of met gebogen benen zitten kan de pijn erger worden. In het eerste stadium is er pijn na het sporten die na rust weggaat, bij het strekken van het been wordt ook pijn gevoeld. Later ontstaat de pijn al tijdens het sporten. Ook kan er een zwelling onder de knie ontstaan en voelt deze plek warm aan door een mogelijke ontstekingsreactie. De klachten zijn niet constant aanwezig en hebben dus een grillig verloop.

Externe factoren zijn omgevingsfactoren, zoals ondergrond, weersomstandigheden, training en sportuitrusting.

Training
Voornamelijk sporten waarbij gesprongen moet worden leveren een risico op. Ook een verhoging van de trainingsintensiteit of -omvang vormt een risico, maar de klachten kunnen ook zonder dit soort veranderingen voorkomen. Dit komt doordat de spieren en pezen in de groeispurt zwaarder belast worden, omdat hier meer spanning op komt. De spieren en pezen hebben tijd nodig om `op lengte’ te komen.

Wat kan ik zelf doen als deze blessure ontstaan is?
Reageer alert op pijnklachten tijdens of direct na de warming-up. Deze zijn niet normaal en kunnen wijzen op een beginnende blessure.

Doortrainen of rust nemen?
In het beginstadium van deze klacht is het nog goed mogelijk om door te trainen, wel moet de trainingsomvang en -intensiteit teruggebracht worden om de irritatie te laten genezen. Springen is onverstandig, omdat dit een te grote belasting vormt voor de kniepees. Pijn moet de beperkende factor zijn, bij pijn is de belasting te hoog en is het aan te raden de training te staken. In sommige gevallen zijn de klachten te ernstig om door te trainen, zelfs fietsen en traplopen kunnen dan al een te grote belasting vormen. Het is wel van belang om de knie (licht) te blijven belasten, zodat de spieren niet verzwakken. De vermindering van de belasting of rustperiode moet gemiddeld drie maanden volgehouden worden, maar kan tot enkele jaren duren. Geduld en rust zijn dus de sleutelwoorden.

Alternatieve training
Er zijn verschillende andere trainingsvormen te bedenken, zoals zwemmen en andere sporten waarbij de knie niet zwaar belast wordt. Activiteiten waarbij uw voeten uw volledige gewicht moeten dragen kunnen een te hoge belasting voor de knie vormen en zijn dus minder geschikt. Ook voor deze vormen geldt dat pijn niet mag optreden.

Koelen Om de pijn te bestrijden kan koelen helpen. U kunt de pijnlijke plek met een ijsblokje masseren of er een coldpack tegenaan houden. Doe dit maximaal tien minuten per keer. Om te zorgen dat er geen bevriezing van de huid optreedt, legt u een doek tussen het ‘coldpack’ en de huid. U kunt dit drie keer op een dag herhalen.

Geschikte oefeningen
Na succesvolle bestrijding van de klachten kan een start gemaakt worden met rekoefeningen van de bovenbeenspieren. Het doel van deze oefeningen is de bovenbeenspieren goed op lengte te brengen na de snelle botgroei in de groeispurt. Hierna volgt een voorbeeld van een rekoefening.

Rekoefening voor de bovenbeenspier
Ga op één been staan en trek de andere voet, met de hand op de wreef, naar de bil. Houd de knieën naast elkaar, blijf goed rechtop staan en kijk naar voren. Er moet rek gevoeld worden, zo niet dan kan het bekken achterover gekanteld worden om de spier extra te verlengen. Houd deze positie 20 tot 30 seconden vast per keer en herhaal dit driemaal met een pauze van enkele minuten.

Professionele behandeling
Wanneer u veel last van uw blessure hebt, of wanneer uw eigen maatregelen na 2 tot 4 weken nog geen verbetering geven, is het verstandig een deskundige om advies te vragen. U kunt hiervoor terecht bij de huisarts, een Sportmedisch Adviescentrum (SMA) of een (sport)fysiotherapeut. Ook wanneer u twijfelt over de aard van uw blessure of zich ongerust maakt, is het verstandig een arts of fysiotherapeut te raadplegen. De behandeling zal bestaan uit verschillende oefeningen om de bovenbeenspier te verlengen.

Meer informatie
Informatie van het kenniscentrum arbeid en klachten van het bewegingsapparaat.
Informatie over sport en gezondheid
De informatie van deze pagina is grotendeels vergenomen van: gezondvgz