Fibromyalgie, diagnose en advies.

Onderzoek naar fibromyalgie

Diagnose voor fibromyalgie volgens de criteria van het American College of Rheumatology.

Fibromyalgie betekent letterlijk: pijn in bindweefsel en spieren.
Fibromyalgie is een syndroom met chronische gegeneraliseerde pijn en stijfheid van het bewegingsapparaat, gepaard gaande met andere (aspecifieke) klachten zoals moeheid, slaapstoornissen en stemmingsveranderingen (definitie van de Nederlanse vereniging voor reumatologie).
Voor fibromyalgie is nog geen eenduidige oorzaak gevonden.
Soms wordt betwist of fibromyalgie een op zichzelf staande, apart te classificeren ziekte is. Een consensus over het bestaan van objectiveerbare fysieke afwijkingen die gepaard gaan met fibromyalgie is er nog niet.
Er zijn aanwijzingen dat bij fibromyalgie de verwerking van (pijn)prikkels door het centraal zenuwstelsel gestoord is en dat er stoornissen zijn in de neuro-endocriene, neurovegetatieve en neuro-immunologische systemen.
De onduidelijkheid over de oorzaak uit zich in vele verschillende therapieŽn: pijnstillers, antidepressiva, cognitieve gedragstherapie, bewegingstherapie, leren omgaan met stress, acupunctuur, etc.
Fibromyalgie komt voor bij 1-2 % van de volwassen bevolking.
In dit programma worden de diagnostische criteria gevolgd van het American College of Rheumatology (gepubliceerd in mei 2010).
Algemene pijn en moeheid kan door verschillende andere ziekten veroorzaakt worden. De uitslag van de diagnose die dit programma geeft is dan ook alleen van toepassing als uitgeloten is dat er een andere oorzaak voor de klachten is!
Oorzaak van fibromyalgie en wat te doen.
Hieronder volgt een beschrijving van de oorzaak van fibromyalgie en een mogelijke benadering voor de behandeling. Deze beschrijving is gebaseerd op de bekende anatomie en fysiologie, maar is niet wetenschappelijk bewezen. De behandeling is gebaseerd op verschillende toegepaste behandelingen. Wat de beste behandeling is, is nog niet door wetenschappelijk onderzoek bewezen.
Pijn: pijnprikkels worden van de huid, de spieren en de organen via de zenuwen naar de schakelneuronen in het ruggemerg geleid. In de schakelneuronen kunnen de prikkels onderdrukt of versterkt worden. Bij voldoende prikkels worden pijnprikkels doorgeleid naar de pijncentra in de hersenen. Ook hier kunnen de pijnprikkels weer onderdrukt of versterkt worden. Bij een voldoende sterke pijnprikkel treedt bewustwording van de pijn op.
Spierspanning: een spier is nooit voor 100% gespannen of ontspannen. Er is altijd een rustspanning in de spier aanwezig, deze kan zowel hoog als laag zijn. Elke spier heeft een antagonist = een tegenwerker: tegenover een buigspier staat een strekspier. Een beweging treedt op als de ene spier meer spanning heeft dan de andere spier. Als allebei de spieren een gelijk verhoogde spanning hebben dan treedt geen beweging op. Via de zenuwen geven de spieren prikkels naar de schakelneuronen in het ruggemerg om de spierspanning mee te delen.
Organen: ook de organen geven prikkels via de zenuwen naar de schakelneuronen in het ruggemerg. Bij veel prikkels wordt dit als pijn ervaren (bij voorbeeld darmkrampen). We kunnen niet altijd goed aangeven waar de oorzaak van de pijn zit. Een bekend voorbeeld hiervan is de pijn die mensen met een hartinfarct voelen in de linker arm.
Wat kunnen we hieruit afleiden??
In de schakelneuronen worden de pijnprikkels, de spierspanningsprikkels en de prikkels uit de organen samengevoegd. Bij een voldoende hoog prikkelniveau wordt een pijnprikkel doorgeleid naar het pijncentrum in de hersenen. Maar wat is voldoende hoog? De processen die zich in de schakelneuronen afspelen worden nog altijd niet helemaal begrepen. Ze staan vermoedelijk onder invloed van een algehele alertheid van het zenuwstelsel.
Bij stress, angst, ongerustheid, spanning, nervositeit is er een verhoogde spierspanning, dit zal dan eerder leiden tot pijnprikkels.
Bij sommige mensen leidt dit mogelijk ook tot een verlaging van het niveau waarbij de schakelneuronen pijnprikkels naar de pijncentra in de hersenen doorlaten.
Van mensen met depressies is bekend dat ze meer lichamelijke klachten, meer pijn hebben. Dit komt vermoedelijk door de invloed van het stemmingsniveau op het pijncentrum. Hoe snel iemand met sombere gevoelens een verhoogde prikkelbaarheid van het pijncentrum krijgt weten we niet. Zoals bij alle biologische processen zal dit per persoon sterk varieren.
In de hersenen worden stoffen aangemaakt die de pijnwaarneming verminderen, de endorfines. We zijn nog niet in staat dit bij levende mensen te meten. Mogelijk zijn individuele variaties in deze stoffen mede bepalend voor de pijnwaarneming.
Hoe kunt u van de klachten afkomen
1 stress, angst, ongerustheid, spanning, nervositeit moet u zien te voorkomen. Voldoende rust is daarvoor een vereiste.
2 depressieve gevoelens en sombere gevoelens moet u zien te voorkomen. Zorg voor voldoende afleiding en leuke dingen.
3 voorkom een te hoge spierspanning. Dit kunt u doen door ontspanningsoefeningen of bij voorbeeld door yoga.
4 spierspanning en spierontspanning wisselen elkaar af. Een goede manier om dit te stimuleren is sportbeoefenig, werken aan een goede conditie. Als u niets aan sport doet begin dan met 15-30 minuten per dag te gaan wandelen en breidt dit uit tot een uur (wandelen of fietsen of zwemmen). In het begin zullen de pijnklachten misschien toenemen, maar na verloop van tijd helpt het.
5 Pijnstillers kunnen helpen, maar alleen in combinatie met de andere maatregelen.
Als het u alleen niet lukt om hier uit te komen, vraag dan hulp aan uw huisarts.
Een multidisciplinaire aanpak:
Voor meer informatie of een presentatie over het Multidisciplinaire Programma kunt u contact opnemen met de Commissie Belangenbehartiging van de F.E.S.
De voorlichters van de patientenvereniging zijn speciaal opgeleid om u meer inzicht te geven in het programma en het bio-psycho-sociaal model. Daarnaast zijn zij ervaringsdeskundig.
Voor meer informatie e-mail: cbb@fesinfo.nl.
Een adressenlijst van multidiciplinaire centra vindt u via http://www.fesinfo.nl/index.php?id=717